In zijn vergadering van 16 oktober 2017 heeft de kerkenraad van de Hervormde Gemeente Zuilichem besloten om de looptijd van het huidige beleidsplan te verlengen met 1 jaar. Deze verlenging houdt in dat de looptijd wordt gewijzigd van 2014-2017 naar 2014-2018.

Inhoudsopgave

 

1          Samenkomen

2          Waarom een beleidsplan                                                                   

3          Verantwoording                                                                                

4          Identiteit van de gemeente

5          Eredienst

5.1          De eredienst – het hart van het gemeente-zijn

5.2          De vorm van de eredienst

5.3          Heilige Doop

5.4          Bijzondere diensten

5.5          Kledingstijl in bijzondere diensten

5.6          Huwelijksdiensten

5.7          Rouwdiensten

6          Pastoraat

6.1          Wat is pastoraat

6.2          Middelen voor het pastoraat

6.3          Bijzonder pastoraat

6.4          Een vertrouwensrelatie – de basis voor een goed pastoraat

7          Diaconaat

7.1          Doel en werkwijze van de diaconie

7.2          Ontwikkelingen in het diaconale werk

7.3          Kerkradio

8          Kerkrentmeesters

8.1          Het werkgebied van de kerkrentmeesters

8.2          Verwachte ontwikkelingen

8.3          Plannen voor de komende jaren

8.4          Financiering

9          Zending en evangelisatie

9.1          Opdracht van Jezus Christus

9.2          Zendingscommissie – taak en plaats

9.3          Vakantie Bijbel Club

9.4          Speciale aandacht voor de zending

9.5          Wat er gebeurt en wat er nog zou kunnen gebeuren in de komende jaren

10        Jeugdwerk

10.1        Doel, taken en werkwijze

10.2        Jeugdpastoraat

11        Vorming en toerusting

11.1        Algemeen

11.2        Catechese

11.3        Kringwerk

11.4        Verenigingen

11.5        Gemeenteavonden

11.6        Bezinningsuur

12        Realisatie en prioriteiten

12.1        Zo de Heere wil

12.2        Realisatie

12.3        Prioriteiten

12.4        De hoogste prioriteit

13         Bijlagen

  • Meerjarenramingen 2014 t/m 2017 van diaconie en kerkrentmeesters
  • Verklaring ‘Verbonden met het Gereformeerd Belijden’
  • Bevestigingsbrief ‘Convenant van Alblasserdam’

 

1. Samenkomen

‘Alleen samen’ was het thema van het eerste beleidsplan, ‘samen verder’ was het thema van het tweede beleidsplan. In lijn daarmee is het thema nu ‘Samenkomen’. Niet alleen het gewone leven wordt vaak vergeleken met een reis, ook het geloofsleven kent de beeldspraak van de pelgrimsreis. Hierin kan het lijken alsof elk mens afzonderlijk en eenzaam zijn reis moet volbrengen. We mogen dankbaar zijn dat er de christelijke gemeente is waarin we elkaar mogen ontmoeten voor het aangezicht van de levende God. We mogen de nieuwe week elke keer beginnen met de rust om de Heilige Geest in ons te laten werken. We mogen elkaar ontmoeten om elkaar te bemoedigen en het vol te houden juist ook in een tijd waarin kerkgang en volharding niet vanzelfsprekend zijn.

 

Samenkomen betekent dat het niet gaat om een dominee, om een kerkenraad, maar om één Herder, en om samen één kudde te mogen zijn onder Zijn genade en hoede!

 

Het is het verlangen van de kerkenraad in het opstellen van dit beleidsplan dat wat we in dit beleidsplan aan plannen en prioriteiten hebben opgeschreven, gezegend mag worden tot eer van God, tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk, tot zaligheid van zondaren en tot geloofsopbouw van Zijn gemeente.

 

Samenkomen betekent dat we allereerst, ondanks al ons weten en al ons kennen, steil en diep afhankelijk blijven van de genade en zegen van de drie-enige God. Anders wordt er tevergeefs gebouwd en zal het geen nut hebben.

Samenkomen betekent ook dat we in de christelijke gemeente elkaar blijvend nodig hebben. Paulus noemt de gemeente een oefenplaats voor de omgang met God en de naaste. We hebben elkaar nodig om samen te ontdekken de hoogte, de diepte, de breedte en de lengte van de liefde van God in Jezus Christus. Om samen ons te buigen voor God, om samen te bidden voor elkaar, om naar elkaar om te zien in tijden van tegenspoed en ons samen te verblijden voor Gods aangezicht in tijden van zegen en voorspoed.

 

In het woord ‘komen’, daarin zit een beweging. Dat kan iets drammerigs hebben, we moeten komen. Stilstand is echter in het geestelijk leven achteruitgang. Wandelen met God kent ook een beweging. Het beleidsplan blikt daarin vooruit op de jaren 2014-2017. De klok loopt door. Het kan ook zijn dat de Heere Jezus al eerder terugkomt. Laten we daarom wakend zijn, niet verslappen en vertragen, maar betrokken zijn op de Heere en Zijn gemeente. Laten we daarin elkaar oproepen en stimuleren om de onderlinge bijeenkomsten niet na te laten, maar met elkaar samen te komen, kon het zijn door genade op weg naar Zijn heerlijke toekomst.

 

  1. Waarom een beleidsplan

 

Een vraag die terecht gesteld kan worden is dan: Hebben we daar een beleidsplan voor nodig? Het antwoord daarop is niet makkelijk te geven. Onderlinge liefde en eenheid is in de eerste plaats een zaak van het hart. Om samen gemeente te zijn, moeten we leven vanuit het Woord en de liefde en genade van God.

Samenkomen vraagt echter ook om afspraken te maken. Afspraken over hoe en wanneer we samenkomen, afspraken over wie welke taken op zich neemt en afspraken over welke dingen we als gemeente wel en niet ondernemen en waar de prioriteiten liggen. Immers je kunt wel veel willen, maar het moet ook haalbaar zijn binnen gegeven omstandigheden. Afspraken ook, over de kosten die dat met zich meebrengt en hoe deze opgebracht moeten worden.

Juist in een tijd als de onze, waarin de maatschappij in hoog tempo verandert, waarin ook wijzelf beïnvloed en misschien zelfs meegesleept worden door die veranderingen, is het van belang om die afspraken op papier te zetten. Die noodzaak is des te meer aanwezig, omdat gemeenteleden meewerken in de gemeente. In jeugd- en evangelisatiewerk, voor de zending, voor de organisatie van activiteiten in de gemeente en – misschien wel het belangrijkste – gewoon ten behoeve van medegemeenteleden en voor iedereen in en buiten de gemeente die onze hulp nodig heeft. Ook voor de predikant en/of pastoraal medewerker, die dienstbaar zijn in onze gemeente. Ook voor de provinciale en landelijke kerkelijke organen, die mede verantwoordelijkheid dragen voor de goede gang van zaken in de gemeente.

Voor hen allen is het beleidsplan geschreven, zodat ze weten waar we als gemeente naar toe willen. Zodat ze ook weten, hoe ze gezamenlijk, in liefde en eenheid, hun inspanningen kunnen aanwenden voor de gemeente.

Het beleidsplan bevat een aantal van die afspraken. Afspraken over de hoofdlijnen, die we als gemeente in de komende jaren willen volgen. Daarmee maken we een aantal keuzes. Keuzes die vooral bedoeld zijn, om de kostbare inspanningen van de gemeenteleden zo goed mogelijk tot hun recht te doen komen, om ieders bijdrage mee te laten werken tot opbouw van de gemeente.

 

Het beleidsplan is dus bedoeld om de onderlinge afspraken vast te leggen. Niets meer en niets minder. Het beleidsplan is natuurlijk niet bedoeld om de komende vier jaren achterover te kunnen leunen. Een beleidsplan komt niet in de plaats van het gezonde verstand of van het hart. Ook niet in plaats van een kerkorde en natuurlijk nog minder in plaats van Gods Woord.

 

Beleidsplan of geen beleidsplan – ieder gemeentelid is in de eerste plaats liefde en gehoorzaamheid verschuldigd aan de Heere Jezus. Zijn woord, Zijn wet gaat boven alles. De samenvatting van de wet luidt, dat wij God boven al zullen liefhebben, en de naaste als onszelf. Wie daarnaar leeft, bouwt mee aan Gods gemeente.

 

  1. Verantwoording

 

Dit beleidsplan is opgesteld door en onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Zuilichem. Het beleidsplan geldt – onder de goedkeuring van de Heere – voor de periode 1 januari 2014 tot en met 31 december 2017. Het beleidsplan is geen vervanging voor de Plaatselijke Regeling voor het wonen en werken in de Hervormde Gemeente van Zuilichem maar een aanvulling. Als we terugkijken op het vorige beleidsplan dan mogen we met dankbaarheid vaststellen dat vanaf 1 april 2012 onze gemeente opnieuw een eigen herder en leraar mocht ontvangen.

 

Uiteraard moeten deze geschreven stukken geen leidraad voor ons leven worden. Dat is en blijft het Levende Woord van Jezus Christus zoals beschreven in de Bijbel die we van de Heilige Geest hebben gekregen.

Voor onze gemeente echter hebben we in planvorm trachten aan te geven en vast te leggen wat de richting is die onze gemeente zal gaan de komende periode. In dit alles moeten we wel zeggen ‘zo de Heere wil en wij leven’ want God is Degene aan wie we verantwoording van onze daden moeten afleggen.

 

Afgesproken is ook binnen de kerkenraad, dat het beleidsplan beknopt zal blijven. Dat wil zeggen, dat het voorgestane beleid alleen in hoofdlijnen beschreven wordt. Dit laat ruimte en verantwoordelijkheid voor gemeenteleden, colleges en commissies om – binnen de gestelde kaders – eigen beslissingen te nemen, zoals het gezonde verstand dat voorschrijft of de noodzaak die vordert. Het beleidsplan vervangt ook niet de gemeentegids of de Hervormde Kerkbode. Voor een volledig overzicht van alle kerkelijke activiteiten verwijzen wij u gaarne naar deze uitgaven.

 

Het beleidsplan is ingedeeld in de volgende thema’s:

  • Eredienst
  • Pastoraat
  • Diaconaat
  • Kerkrentmeesters
  • Zending en evangelisatie
  • Jeugdwerk
  • Vorming en toerusting
  • Realisatie en prioriteiten

 

Laten we beseffen, dat de opbouw van Gods gemeente niet afhangt van onze inspanningen en van onze eigen middelen. God Zelf zegt, dat Zijn kracht juist in zwakheid volbracht wordt. Laat ons daarom bidden, dat God onze beperkte mogelijkheden wil gebruiken voor een krachtige groei van Zijn gemeente.

 

 

  1. Identiteit van de gemeente

 

Voor de Hervormde Gemeente van Zuilichem is Gods Heilig en onfeilbaar Woord bron en norm. Wij weten ons verbonden met de algemene oecumenische belijdenissen, te weten het Apostolicum, de belijdenis van Nicea en de belijdenis van Athanasius, evenals met de drie Gereformeerde Belijdenisgeschriften zoals daar zijn: De Heidelberger Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels.

 

Een gemeente die de boodschap van Gods liefde en genade wil uitdragen voor iedereen die het wil horen en geloven. De gemeente van Zuilichem telt, volgens de tellingen in september 2014, 119 belijdende leden en 376 doopleden. De gemeente behoort binnen de Protestantse Kerk in Nederland tot de modaliteit van de Gereformeerde Bond. Als predikant is momenteel Ds. B. van Werven aan de gemeente verbonden. De procedure met betrekking tot de samenvoeging van de Hervormde gemeente te Zuilichem met (het restant van) de Hervormde gemeente te Nieuwaal komt naar verwachting in 2014 tot een afronding.

 

Hartelijk verbonden met de kerk van alle eeuwen zijn we geplaatst binnen de Protestantse Kerk in Nederland. We hebben daarvoor niet gekozen, maar zijn daarin geplaatst. Wij geloven dat de HEERE machtig is om onze kerk die in verval is door middel van Zijn Woord en door Zijn Geest te genezen zodat overal in heel de kerk de Bijbel als Woord van de levende God wordt gepredikt en geloofd. Hoe wij die plaats willen innemen, blijkt uit onze ondertekening van de zogenaamde verklaring ‘Verbonden met het Gereformeerd Belijden’, opgesteld door de Hervormde Synode op 9 mei 2003, en van het Convenant van Alblasserdam. Ook het convenant maakt onderdeel uit van het beleidsplan en is in zijn geheel in deze paragraaf opgenomen.

De verklaring ‘Verbonden met het Gereformeerd Belijden’ en de bevestigingsbrief met betrekking tot onderschrijving van het Convenant van Alblasserdam zijn als bijlagen opgenomen achter het beleidsplan.

 

Preambule

 

“Intussen geloven wij, hoewel het nuttig en goed is, dat die regeerders der Kerk zijn, onder zich zekere ordinantie instellen en bevestigen tot onderhouding van het lichaam der Kerk, dat zij nochtans zich wel moeten wachten af te wijken van hetgeen ons Christus, onze enige Meester, geordineerd heeft. En daarom verwerpen wij alle menselijke vonden, en alle wetten, die men zou willen invoeren, om God te dienen, en door deze de consciëntiën te binden en te dwingen, in wat manier het zou mogen zijn. Zo nemen wij dan alleen aan, hetgeen dienstig is om eendrachtigheid en enigheid te voeden en te bewaren, en alles te onderhouden in de gehoorzaamheid Gods; waartoe geëist wordt de excommunicatie of de ban, die daar geschiedt naar het Woord Gods, met hetgeen daaraan hangt”. (De Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 32)

 

De Heilige Schrift is de enige bron en norm voor het kerkelijk leven. De gemeente weet zich gebonden aan de drie oecumenische symbolen van de Kerk en de drie Formulieren van Enigheid. Zij zal in leer en leven alles weerstaan wat dit belijden weerspreekt.

Convenant

Onze Hervormde Gemeente staat op gereformeerde grondslag binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Dat houdt onder meer in dat binnen het gemeenteleven een centrale plaats wordt toegekend aan een schriftuurlijke en appellerende prediking in de beide zondagse erediensten en op de christelijke gedenkdagen. Daarbij geldt de Bijbel als het onfeilbaar Woord van God, gezaghebbend voor leer en leven.

 

In de beide sacramenten, t.w. de viering van het Heilig Avondmaal en de bediening van de Heilige Doop belijdt en ervaart de gemeente de gemeenschap met Christus en met elkaar en de verbondstrouw van God.

 

De gemeente belijdt het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals neergelegd in de drie algemene belijdenisgeschriften van de kerk, nl. de Apostolische Geloofsbelijdenis, de geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius. De gemeente wil staan in de traditie van de Reformatie en trouw zijn aan de belijdenis van het voorgeslacht.

Zij acht zich dan ook gebonden aan de drie bijzondere belijdenisgeschriften van de kerk, de drie Formulieren van Enigheid, nl. de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels.

De grondslag van onze gemeente kan onder geen beding worden gewijzigd door besluiten van meerdere ambtelijke vergaderingen van de kerk of de overheid.

 

De kerkenraad en de gemeente hebben deze grondslag en enkele concretiseringen daarvan verwoord en geven daarmee aan waarop zij de synode aanspreken en waarop zij door haar aangesproken willen en mogen worden.

 

  1. Als kerkenraad en gemeente belijden wij, met Gods hulp acht te geven op en vast te houden aan de zuivere prediking van het Evangelie, de zuivere bediening van de sacramenten, het bestraffen van de zonden, ons in alle dingen te richten naar het onfeilbaar Woord van God, waarbij wij alles wat hiermee in strijd is, verwerpen.

Als kerk, geboren uit de gereformeerde tak van de Reformatie, aanvaarden wij daarom niet zonder meer de Augsburgse Confessie, noch de Catechismus van Luther. Verder verwerpen wij de Konkordie van Leuenberg en de Barmer Thesen.

 

  1. Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat de Heilige Doop een instelling is van Jezus Christus om ons en onze kinderen Zijn verbond te verzegelen. Daarom behoren de kleine kinderen van de gemeente als erfgenamen van het Rijk Gods gedoopt te wezen.

 

  1. Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat het Heilig Avondmaal een instelling is van Jezus Christus, die Hij alleen heeft ingesteld voor Zijn gelovigen die in het midden van de gemeente belijdenis des geloofs hebben afgelegd. Wij vermanen alle ongelovigen en hen die zich met ergerlijke zonden besmet weten, zich van de tafel des Heeren te onthouden, zolang zij zich niet bekeren. Met Gods hulp zullen wij tegenstaan en weren allen die de heilige sacramenten misbruiken of verachten.

 

  1. Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat tot ambtsdragers van de gemeente – zowel ouderlingen als diakenen – door wettige verkiezing geroepen en bevestigd dienen te worden mannenbroeders, belijdende leden van de kerk en vervuld met de Heilige Geest.

 

  1. Als kerkenraad en gemeente belijden wij dat het huwelijk tussen man en vrouw een instelling van God is en als zodanig heilig gehouden dient te worden. Alternatieve samenlevingsvormen zijn onbijbels en daarom censurabel. Daarom zal de kerkenraad op Bijbelse wijze tucht oefenen over hen die deze instelling van God ontkrachten.

 

  1. Als kerkenraad en gemeente spreken wij uit dat zodanige mannen als kandidaat tot de heilge dienst toegelaten en bevestigd dienen te worden, die, staande op de hierboven vermelde en verantwoorde grondslag, de kerk wensen te dienen met het Evangelie van Jezus Christus.

 

Het is ons verlangen, dat geheel de kerk waarlijk belijdende kerk is, levend overeenkomstig Gods Woord en getuigenis, zodat aan haar geestelijk karakter geen afbreuk wordt gedaan door verwereldlijking.

 

Staande op deze grondslag wensen wij in de kerk die God in ons vaderland geplant heeft, ons Nederlandse volk te dienen met het heilig Evangelie der Genade Gods.

 

  1. Eredienst

 

5.1 – De eredienst – het hart van het gemeente-zijn

 

De eredienst, de samenkomst van de gehele gemeente, is het wekelijkse hoogtepunt van het gemeenteleven. In de eredienst klinkt het Woord van God tot ons allen, wordt de openbare voorbede gedaan en zingen wij samen Gods lof. God roept ons in Zijn Woord nadrukkelijk op om aanwezig te zijn in de erediensten: Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.’ Hebreeën 10:25.

 

5.2 – De vorm van de eredienst

 

De vorm van de eredienst in de Hervormde Gemeente van Zuilichem staat in de reformatorische traditie. De opbouw is als volgt:

 

  • Voorzang → waarbij ’s morgens wordt aangesloten bij de psalm van de (zondags)school en ’s avonds wordt             het hele psalmboek doorgezongen (één of twee verzen per psalm)
  • Votum en Groet
  • Samenzang
  • Voorlezing van de Wet in de morgendienst en de Geloofsbelijdenis in de avonddienst en de diensten op christelijke feest- en gedenkdagen
  • Samenzang als antwoord op de Wet of de Geloofsbelijdenis
  • Gebed om de opening van het Woord en verlichting met de Heilige Geest
  • Schriftlezing
  • Samenzang en Dienst der offerande
  • Prediking
  • Samenzang als antwoord op de prediking
  • Dankgebed en voorbeden
  • Samenzang
  • Zegen(bede)

 

De Schriftlezing gebeurt vanuit de Herziene Statenvertaling. Alle liederen in de gewone erediensten zijn psalmen uit de berijming van 1773 en de liederen die bekend staan als ‘Enige gezangen’. De Wet, Geloofsbelijdenis en het Bijbelgedeelte worden gelezen door de voorganger.

Het lezen van de Tien Geboden en de samenvatting daarvan is het uitgangspunt; maar voorgangers hebben de vrijheid om bij uitzondering ook bijvoorbeeld Romeinen 12:9 – 21 te lezen. Dit wordt gedaan om enerzijds gewenning aan de regelmatige lezing van de Tien Geboden tegen te gaan, en anderzijds om te laten zien dat de (onbekendere) geboden uit het Nieuwe Testament op hetzelfde niveau staan als de bekende Tien Geboden.

 

Op de zondag na koningsdag worden in de morgendienst, na het uitspreken van de zegen(bede), twee coupletten van het Wilhelmus gezongen. Op de zondag vóór of ná Hervormingsdag worden in de morgendienst, na het uitspreken van de zegen(bede), twee coupletten van het Lutherlied gezongen. Op 1ste Kerstdag wordt na de zegen(bede) het ‘Ere zij God’ gezongen. Wanneer er een gemeentelid in de achterliggende week is overleden wordt een passende Psalm gezongen als eerste lied na het Votum en Groet, meestal zijn dat van Psalm 103 de verzen 8 en 9. In de morgendienst op de laatste zondag van het kerkelijk jaar (eind november) is er een in memoriam waarbij de gemeenteleden die in het achterliggende kerkelijk jaar gestorven zijn met naam worden genoemd, waarna er een minuut stilte wordt gehouden en er aansluitend een passende Psalm wordt gezongen.

 

Daarnaast is er ruimte om in bijzondere diensten liederen buiten de eredienst te zingen. Dat gebeurt altijd in overleg met de predikant en kerkenraad waarbij het de norm is dat de liederen bijbels verantwoord zijn.

 

5.3 – Heilige Doop

 

Recente ontwikkelingen binnen de gemeente hebben de kerkenraad doen besluiten een heldere lijn te verwoorden die wij aanhouden met betrekking tot de Heilige Doop in onze gemeente. Over de Heilige Doop bestaan al vele eeuwen meningsverschillen onder christenen. Deze verschillen hebben regelmatig scheiding gemaakt tussen broeders en zusters van de Ene Heere Jezus.

 

Dat is niet de wens van God. Wat de wens (en gebod) van God is, lezen we in Romeinen 15:5 – 6:

 

‘En de God van de volharding en van de vertroosting moge u geven onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus, opdat u eensgezind, met één mond, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus verheerlijkt.

 

Het is daarom onze wens dat onze gemeente eensgezind zal zijn in het geloof in en de verheerlijking van Christus. De reden hiervoor is ook het gebod (Romeinen 15:7) van het Hoofd van ons Lichaam, Jezus Christus:

 

Daarom, aanvaard elkaar zoals ook Christus ons aanvaard heeft, tot heerlijkheid van God.’

 

Heilige Doop

  • In onze gemeente worden zowel volwassenen als kinderen gedoopt.
  • Volwassenen als zij nog niet als kind gedoopt zijn. Zij doen eerst belijdenis van hun geloof.
  • Kinderen als zij binnen de christelijke gemeente geboren worden. Zij worden verwacht later geloofsbelijdenis te doen.

 

De kinderdoop is dus het uitgangspunt in onze gemeente.

 

  • De kinderen van onze gemeente krijgen het teken van Gods genadeverbond omdat God hen Zijn Beloften met een teken erbij wil geven. Dat teken van Gods genade willen wij onze kinderen niet onthouden.
  • In onze gemeente is er niet de mogelijkheid om de Heilige Doop een 2e keer te ontvangen. Als de Heilige Doop verleend is in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, dan is deze voor eeuwig geldig.
  • Wij onderstrepen dat de Heilige Doop geen vrijblijvende zaak is. Elk gedoopt gemeentelid wordt door de Heilige Doop door God opgeroepen en verplicht tot een nieuwe gehoorzaamheid (zie Doopformulier). Onze schuldige zwakheid die ons daarbij belemmert, wil God genadig wegnemen – óók daarvan is de Heilige Doop een garantie.

Overdopen

Bovenstaande betekent dat wij niet achter de ‘overdoop’ of ‘een 2e keer dopen’ staan. De Bijbel kent wél verschillende situaties waarin gedoopt wordt, maar geen verschillende soorten doop. Wij zijn geroepen ‘tot één Heere, één geloof, één doop’ (Efeze 4:5).

 

Wij zullen echter iemand die een andere mening is toegedaan niet uit de gemeente weren. Wel hebben we de volgende grenzen met elkaar afgesproken:

  • Wie de kinderdoop afwijst of tot overdoop besluit, kan in onze gemeente geen ambt bekleden.
  • Verder kan deze persoon leidinggeven in de gemeente, mits deze daarbij niet actief zijn / haar afwijkende standpunt verspreidt.
  • Het Heilig Avondmaal is niet gesloten voor gemeenteleden met een andere overtuiging m.b.t. de Heilige Doop, omdat het geen zonde betreft die om censuur vraagt.

5.4 – Bijzondere diensten

 

Naast het feit dat elke kerkdienst bijzonder is, vermelden wij hier het kerkenraadsbesluit om elk jaar één morgendienst als gecombineerde dienst voor doven en horenden te houden.

  

5.5 – Kledingstijl in bijzondere diensten

 

Gelet op aanwijzingen uit de Schrift (1 Korinthe 11:10) vraagt de kerkenraad vrouwen een hoed te dragen in de erediensten. Dit geldt in het bijzonder als zij zelf een kind laten dopen, aan het Heilig Avondmaal gaan of geloofsbelijdenis doen. Het dragen van een rok in kerkdiensten wordt gezien onze traditie op prijs  gesteld.

 

5.6 – Huwelijksdiensten

 

Er zijn in de kerkenraad afspraken gemaakt over huwelijksdiensten. Voorafgaande aan de trouwdienst worden door de predikant met de aanstaande bruidsparen één of meerdere gesprekken gevoerd waarbij onder andere aandacht is voor bijbels onderwijs met betrekking tot het huwelijk vanuit het huwelijksformulier. Daarnaast worden ook andere zaken doorgenomen.

 

Voor gebruik van het kerkgebouw wordt aan gemeenteleden behorende tot of welke na hun huwelijk gaan behoren tot de Hervormde Gemeente van Zuilichem geen vergoeding in rekening gebracht. De collecte die tijdens de huwelijksdienstdienst wordt gehouden is bestemd voor het college van kerkrentmeesters ter bestrijding van de onkosten.

Aan het bruidspaar wordt namens de kerkenraad door de ouderling van dienst een huwelijksbijbel aangeboden. Voorafgaande aan de huwelijksdienst wordt aan het bruidspaar de keuzemogelijkheid geboden of dit een huwelijksbijbel in de Statenvertaling of in de Herziene Statenvertaling is.

Tijdens een huwelijksdienst is, naast het al aanwezige bruidsboeket, plaatsing van maximaal één boeket bloemen in de kerk toegestaan.

Het nemen van foto’s in de kerk is toegestaan, zij het uitsluitend vóór aanvang en ná afloop van de huwelijksdienst. Tijdens de huwelijksdienst is het nemen van foto’s niet toegestaan vanwege de storende factor.

Het maken van video-opnamen tijdens de huwelijksdienst is toegestaan, zij het uitsluitend vanaf de gaanderij die tijdens huwelijksdiensten voor kerkgangers wordt afgesloten.

Er mag van bruidsparen verwacht worden, dat de hele huwelijksdag ingericht zal worden in overeenstemming met de wil van God en tot Zijn eer.

 

5.7 – Rouwdiensten

 

Het is gewenst zo spoedig mogelijk de predikant op de hoogte te stellen van een sterfgeval. Dit om voorbereidingen te treffen voor de rouwdienst, maar ook om de rouwdragenden pastoraal te kunnen ondersteunen. Bij begrafenissen, wanneer deze vanuit De Poort worden gehouden, zijn bloemstukken toegestaan doch gelimiteerd aan maximaal vier bloemstukken.

6. Pastoraat

 

6.1 – Wat is pastoraat

Pastoraat betekent: Omzien naar elkaar, elkaar helpen, elkaar de weg wijzen naar Jezus Christus. Pastoraat is ten diepste de vervulling van het tweede grote gebod: de naaste liefhebben als onszelf. Pastoraat is dus niet alleen een opdracht voor predikant en kerkenraad.

Het gebod om elkaar lief te hebben geldt voor ieder mens, voor ieder gemeentelid. Ja, zelfs is het zo, dat het eerste grote gebod – God liefhebben boven alles – alleen vervuld kan worden als we ook elkaar liefhebben. Johannes zegt daarover in zijn 2e brief, hoofdstuk 4:20: ‘want die zijn broeder niet liefheeft, die hij gezien heeft, hoe kan hij God liefhebben, die hij niet gezien heeft?’ Laten we elkaar daarom liefhebben, wie we ook zijn, daarom dat God ons eerst heeft liefgehad.

 

6.2 – Middelen voor het pastoraat

 

Hiervoor is gesproken over het pastoraat als opdracht voor elk gemeentelid. Niettemin hebben predikant / pastoraal medewerker en ouderlingen hierin een bijzondere opdracht.

Het belangrijkste middel dat voor het pastoraat ter beschikking staat, is het persoonlijke gesprek. Predikant / pastoraal medewerker en ouderlingen bezoeken daarom de gemeenteleden volgens een vast patroon.

Dit vaste patroon van pastoraal bezoek is:

  • Ziekenbezoek door predikant / pastoraal medewerker bij ziekenhuis-opname.
  • Bezoek bij langdurige ziekte of na overlijden van een gezinslid, door predikant / pastoraal medewerker en/of ouderling.
  • Huisbezoek door ouderling en diaken, streven één keer per 2 à 2,5 jaar.
  • Bezoek door predikant, na de geboorte van een kind.
  • Bezoek door predikant, kort voordat iemand geloofsbelijdenis doet.
  • Regelmatig ouderenbezoek voor gemeenteleden van 80 jaar en ouder na hun verjaardag door predikant / pastoraal medewerker.
  • Een kerstattentie voor alle gemeenteleden van 75 jaar en ouder, voor langdurig zieken thuis, voor gehandicapten en voor (oud-)gemeenteleden in verpleeg- en verzorgingstehuizen. Deze kerstattentie wordt aangeboden en bezorgd door de diaconie.
  • Crisispastoraat: Regelmatig contact tussen predikant / pastoraal medewerker en een gemeentelid of gezin dat zwaar getroffen is door een ernstige ziekte, plotseling overlijden van een gezinslid of psychische of maatschappelijke problemen.
  • Niet te vergeten: Gesprek tussen gemeentelid en predikant / pastoraal medewerker of ouderling op verzoek van het gemeentelid zelf.

 

Wanneer de ouderling een bezoek aflegt, zal deze zich veelal laten vergezellen door een kerkenraadslid. Het persoonlijke gesprek is de meest intensieve vorm van pastoraat. Daarnaast zitten er aan vele gemeentelijke activiteiten ook pastorale aspecten. Denk aan de mannen- en vrouwenverenigingen en de diverse vormen van catechese, die gelegenheid bieden voor gesprekken en persoonlijke kontakten.

 

6.3 – Bijzonder pastoraat: Gebed met zieken

 

Het gebed met zieken en de ziekenzalving is een vorm van pastorale hulp en begeleiding in het geloof. Dit werd ook al gedaan door Christus en Zijn discipelen: ‘En toen zij weggegaan waren, predikten zij dat men zich moest bekeren. En zij dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en maakten hen gezond.’ (Markus 6: 12 – 13). De bijbelse opdracht om dit ook in de christelijke gemeente te doen vinden we in Jakobus 5: 14 – 16. We citeren de verzen 14 – 15: Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen en laten die voor hem bidden en hem met olie zalven in de Naam van de Heere. En het gelovig gebed zal de zieke behouden en de Heere zal hem weer oprichten. En als hij zonden gedaan heeft, zal hem dat vergeven worden’. Net als in Jakobus gaat ook nu nog de zorg voor het lichaam en zorg voor de ziel samen. Wat zouden we uiteindelijk hebben aan een gezond lichaam als onze ziel schade lijdt en ons geloof niet functioneert? Na meerdere samenkomsten van bezinning, overleg en gebed is de kerkenraad tot het volgende unanieme standpunt gekomen:

 

De kerkenraad is van mening dat ziekenzalving en gebed met zieken thuishoort binnen de gemeente en deel kan uitmaken van de pastorale begeleiding van gemeenteleden. We denken dan allereerst aan de context van huis of ziekenhuis.

 

De begeleiding van zieke gemeenteleden kan geweldig gesterkt worden door een biddende gemeente, maar ook verzwakt worden door een kritische of een ongelovige gemeente.

 

Het is onze opdracht te zoeken naar mogelijke oorzaken van onze ziekte, God in gebed om vergeving te vragen van al onze zonden en aansluitend te bidden om een uitweg voor ons lijden (zowel geestelijk als lichamelijk) en tevens om God te vragen of Hij alle medische handelingen wil zegenen en de zieke wil oprichten.

 

De kerkenraad is bereid in te gaan op aanvragen voor ziekenzalving en is ervan overtuigd dat we in de weg van gehoorzaamheid en overgave aan Hem Zijn zegen mogen verwachten. De HEERE is vrij om te bepalen wat dat inhoudt. De bedoeling van het gebed met zieken is dat het geloof wordt versterkt en God wordt verheerlijkt.

 

De term gebedsgenezing werkt verwarrend, tenslotte geneest niet ons gebed, maar God als Hij dat wil. We spreken daarom liever over gebed met zieken of ziekenzalving.

 

Voor wie is het?

Het gebed met de zieke is bedoeld voor gemeenteleden die Gods hulp zoeken en Hem willen gehoorzamen. Het gaat om een zieke die vraagt om de komst van de ambtsdragers. Het kan zowel om een lichamelijke als psychische ziekte en zwakte gaan. Het verzoek is dus het initiatief van de zieke. De zieke heeft zelf het begrip en bewustzijn om de ziekenzalving aan te vragen en begrijpt wat deze wel en niet inhoudt. Het gebed met de zieke is een daad van gehoorzaamheid en Godsvertrouwen, maar mag nooit een middel zijn om genezing af te dwingen.

 

De olie en de zalving is NIET het belangrijkste. Niet in iedere situatie is het wenselijk om ook daadwerkelijk met olie te zalven. Jakobus geeft de voornaamste plaats aan het gebed. Op het gebed ligt de nadruk en dit kan worden begeleid en versterkt met handoplegging en zalving. Veel belangrijker dan de olie is het gelovig gebed. Daarmee begint en eindigt de brief van Jakobus (1:5 – 6 en 5:13 – 16). Voor zalfolie wordt olijfolie zonder toevoeging van geurstoffen gebruikt. Aan de olie zelf wordt geen genezende kracht toegekend. Olie is het symbool van (de helende werking van) de Heilige Geest, Die krachtig is om te genezen. Het blijft Gods vrijmacht om al dan niet lichamelijke / psychische genezing te schenken.

 

Hoe wordt er gebeden met de zieke?

Als de zieke de kerkenraad het verzoek heeft gedaan tot ziekenzalving, volgt er eerst een pastoraal bezoek van de predikant en een ouderling aan de aanvrager. In dit gesprek wordt o.a. de betekenis van de ziekenzalving besproken en is er ruimte om over mogelijke zonden te spreken en die te belijden. Deze schuldbelijdenis kan dan tijdens de liturgie (zie onder) heel kort genoemd worden omdat deze dus in het voorafgaande vertrouwelijke pastorale gesprek is gedaan. Daarna wordt een vervolgafspraak gemaakt.

 

Het bidden met de zieke is geen privé aangelegenheid. De gemeente moet er van op de hoogte zijn en gelijktijdig met de uitvoering van onderstaande liturgie zal er een gezamenlijk gebedsmoment gehouden worden door de gemeente.

 

Liturgie voor het moment van gebed (en zalving)

  1. Gebed

 

  1. Een passend gedeelte lezen uit de Bijbel

(bijv. Mattheüs 18:20; Lukas 4:18 – 19; Jesaja 53:3 – 6; Jakobus 5:13 – 16; Psalm 23. Met een korte uitleg van het gelezen Bijbelgedeelte )

 

  1. Zingen van een Lied / Psalm
    (bijv. Psalm 103:1, 2 en 5; Psalm 121:1 en 2)

 

  1. Er is ruimte voor schuldbelijdenis (bijv. in algemene bewoordingen)

 

  1. Lezen van een Bijbelgedeelte als genadeverkondiging (bijv. 1 Johannes 1:9 en 2:1b-2)

 

  1. Zalving en / of gebed om genezing

‘ …….. [naam zieke], ik zalf u in de naam van onze Heere Jezus Christus opdat u de zalving van de Heilige Geest zult ontvangen, tot heling van al uw zwakheden, naar ziel, geest en lichaam. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen’.

 

  1. Zingen van een Lied / Psalm
    (bijv. Lied 1:1 en 2 ‘Uit aller mond’ (Ere zij aan God de Vader); Psalm 134 : 3; Psalm 23, enz.)

 

  1. Afsluitend gebed en dankzegging, ook voor de verdere familieleden.

 

Deze liturgie geeft de kernzaken weer, de precieze uitvoering kan verschillen omdat niet elke situatie hetzelfde is (toestand zieke, thuis of ziekenhuis en dergelijke). De liturgie kan worden uitgevoerd door de predikant of een ouderling. Er zal voldoende nazorg aangeboden moeten worden. Tenslotte: hoewel daarbij terughoudendheid dient te worden betracht, kan ziekenzalving bij dezelfde zieke worden herhaald.

 

6.4 – Een vertrouwensrelatie – de basis voor een goed pastoraat

 

Pastoraat voor gemeenteleden staat of valt met een goede, vertrouwelijke relatie tussen gemeentelid en predikant / pastoraal medewerker of ouderling.

Voor de predikant / pastoraal medewerker, ouderling en diaken betekent dit in ieder geval, dat zij een ambtsgeheim hebben voor alles wat hun in de uitoefening van hun ambt ter ore komt. Een vertrouwensrelatie betekent echter veel meer.

Het betekent, dat er wederzijds begrip en liefde ontstaat tussen de gemeenteleden en de ambtsdragers. Dit ontstaat ook niet in één gesprek, maar komt pas na meerdere kontakten en goede gesprekken tot stand. Daarom is het ook van belang, dat niet alleen de ambtsdragers zich geven in het gesprek, maar dat ook de gemeenteleden zelf bereid zijn om te spreken over hun geloof, hun vragen en hun persoonlijke omstandigheden.

Daarom is het ook van belang, dat de kontakten niet alleen plaatsvinden op aandrang van de ambtsdragers, maar dat ook de gemeenteleden zelf bij gelegenheid contact opnemen met de predikant of ouderling, wanneer zij behoefte hebben aan een gesprek.

 

  1. Diaconaat

 

7.1 – Doel en werkwijze van de diaconie

 

De diaconie is de dienst der barmhartigheid van de gemeente. De diaconie biedt daarom – waar mogelijk – hulp aan allen die dit nodig hebben. Diaconale hulp betekent concreet:

 

  • Financiële hulp
  • Verzorgen (of laten verzorgen) van cd-opnames van de kerkdiensten t.b.v. ouderen en zieken, voor zover deze niet beschikken over kerkradio.
  • Beheer van de kerkradio-voorzieningen
  • Het organiseren van de diaconale hulpdienst
  • Aanbieden van kerstattenties, zoals vermeld onder het hoofdstuk ‘Pastoraat’.

 

De financiële hulp wordt gegeven aan personen en stichtingen of instellingen. De persoonlijke hulp is primair bestemd voor inwoners van Zuilichem en gemeenteleden die buiten Zuilichem wonen. Giften en participaties voor stichtingen en instellingen worden wereldwijd verstrekt.

 

De diaconie ontvangt haar middelen via reguliere en bijzondere collectes in de erediensten, giften, legaten en speciale acties. De diaconie stelt jaarlijks een begroting op voor het volgende jaar en legt door middel van een jaarverslag verantwoording af over de besteding van de toevertrouwde middelen in het afgelopen jaar. Deze documenten zijn – na vaststelling door de kerkenraad – opvraagbaar bij de secretaris-diaken.

 

7.2 – Ontwikkelingen in het diaconale werk

 

  • Door de ingezakte economie en de daaruit voortkomende wil van de regering voor een participatiemaatschappij, zullen in de komende tijd meer vragen van diaconale bijstand op de diaconie afkomen. De diaconie vraagt predikant (consulent), pastoraal medewerker, ouderlingen en individuele gemeenteleden om extra alert te zijn op moeilijke situaties in gezinnen en bij gemeenteleden, waar de diaconie mogelijk hulp kan bieden.

 

  • Vanwege de te verwachte taakverzwaring van de diaconie zal de diaconie de gemeenteleden vragen om d.m.v. collecten en giften voldoende middelen te verschaffen voor de uitvoering van haar taken.

 

7.3 – Kerkradio

 

In de achterliggende jaren heeft de diaconie een nieuw kerkradio-systeem aan laten leggen. Dit systeem werkt via een zendinstallatie vanuit de toren en een ontvanger thuis bij de ontvanger.

Door het agentschap Telecom worden beperkingen opgelegd aangaande de sterkte van het uit te zenden signaal. Het systeem is echter geschikt voor afstanden tot ongeveer 15 kilometer hemelsbreed.

Door de aanleg van dit kerkradio-systeem kunnen de kosten voor de kerkradioluisteraars beperkt blijven. Voor degenen die toch zelf niet of niet geheel de kosten kunnen betalen, zal de diaconie de kosten helemaal of gedeeltelijk laten vervallen. Gemeenteleden die om wat voor reden zondags de erediensten niet (meer) bij kunnen wonen, kunnen direct aangesloten worden op het kerkradio-systeem. De kosten voor een kerkradio-aansluiting bedragen € 15 per twee maanden.

Wij mogen weten dat de Heere, Die aan tijd noch plaats gebonden is, ook door deze technische middelen Zijn Koninkrijk wil uitbreiden.

 

  1. Kerkrentmeesters

 

8.1 – Het werkgebied van de kerkrentmeesters

 

Het college van kerkrentmeesters in de gemeente draagt zorg voor het rentmeesterschap over de financiële zaken. Het doel van de kerkrentmeesters is de mogelijkheden te bieden voor de voortgang en uitbouw van de verkondiging van het evangelie. In een tijd, waarin de kerk naar de rand van de samenleving is verdrongen, is het de opdracht van de kerkrentmeesters om mogelijkheden te scheppen om in deze tijd een levende gemeente te zijn. De kerkrentmeesters zijn verantwoordelijk voor:

  • De instandhouding van de eredienst
  • Faciliteiten verlenen voor kerkelijke activiteiten die in de week plaats vinden, in de gebouwen die daarvoor bestemd zijn
  • Het beheer van het kerkgebouw, de pastorie en verenigingsgebouw De Poort
  • Het onderhoud van de kerkelijke gebouwen en bijbehorende terreinen
  • De salariëring van de predikant, pastoraal medewerker en andere betaalde medewerkers
  • Leermiddelen beschikbaar stellen voor de catechese

 

Voor een volledig overzicht van kerkrentmeesterlijke activiteiten, zie de plaatselijke regeling voor de kerkrentmeesters.

 

Het college van kerkrentmeesters verkrijgt haar inkomsten voornamelijk uit reguliere collecten, de bid- en dankdagcollecten, giften, pachtgelden en interest. Het ambt van ouderling-kerkrentmeester en de functie van kerkrentmeester is een roeping in het geestelijk licht, als dienst aan de gemeente, welke is ‘het lichaam van Christus’.

 

8.2 – Verwachte ontwikkelingen

 

We zien in het algemeen in de kerken een teruglopend ledenaantal. Ook aan de Hervormde Gemeente van Zuilichem gaat deze ontwikkeling niet voorbij. Het kerkbezoek, met name in de avonddiensten, loopt terug. Vandaar ook het thema van dit beleidsplan ‘samenkomen’. Het belangrijkste als de  gemeente samenkomt is de geloofsopbouw door de verkondiging van Gods Woord en de werking van de Heilige Geest. Daaropvolgend belangrijk is de voorziening van de middelen opdat de Heilige Geest een plaats kan hebben in onze gemeente.

8.3 – Plannen voor de komende jaren

 

  • Met het oog op evangelisatie, gemeenteopbouw en pastorale zorg is de instandhouding van de volledige predikantsplaats hoofdlijn van het beleid van de kerkrentmeesters.

 

  • Daarnaast blijft er veel aandacht nodig voor het reguliere onderhoud aan het kerkgebouw met inventaris en aan het onderhoud van de pastorie en verenigingsgebouw De Poort.

 

  • Verder is een punt van aandacht en zorg de jaarlijkse stijging van de personele kosten. Ook in deze is het nodig dat de gemeente haar verantwoordelijkheid beseft en haar giften mee laat groeien met de kostenstijgingen.

 

8.4 – Financiering

 

De kostenstijgingen noodzaken de kerkrentmeesters om veel aandacht te geven aan de geldwerving. Geldwerving vereist een goede communicatie met de gemeente, opdat men gemotiveerd is om voldoende bij te dragen in de kosten van het gemeente zijn. In het geloof en in het vertrouwen dat God zelf Zijn Kerk bouwt, blijven wij erop vertrouwen dat de benodigde middelen ter beschikking zullen komen. We zullen dan ook veel aandacht moeten blijven besteden aan inwendige zending (dat is evangelisatie in Zuilichem zelf). In dit alles weten wij ons diep afhankelijk van de Heere.

9. Zending en evangelisatie

 

9.1 – Opdracht van Jezus Christus

De gemeente mag het Woord van God niet voor zichzelf houden. Jezus zelf heeft geboden om het evangelie in de gehele wereld te prediken, aan alle schepselen. Deze opdracht was in directe zin gericht tot Jezus’ discipelen, maar door de eeuwen heen hebben de christenen dit ook verstaan als geldend voor hun zelf. Ook als gemeente van Jezus Christus in Zuilichem willen we aan die opdracht gehoor geven. Wat al eerder bij het pastoraat opgemerkt is, geldt ook hier: Getuigen van de Heere Jezus is een taak van elke gelovige. Veel werk moet echter gezamenlijk gedaan worden; dit wordt of kan ingevuld worden door de gemeente.

 

9.2 – Zendingscommissie – taak en plaats

 

De zendingsactiviteiten in de gemeente worden gecoördineerd door de Zendingscommissie. De Zendingscommissie is een commissie van bijstand voor de kerkenraad en bestaat uit één diaken en twee gemeenteleden.

De taak van de Zendingscommissie is:

  • Het informeren, stimuleren en betrekken van de gemeente betreffende het werk van de zending in het bijzonder het werk van ds. Schaafsma in Malawi, waarvoor wij sinds 2014 een zogenaamde ‘deelgenoten-gemeente’ zijn.
  • Het organiseren van avonden die betrekking hebben op het zendingswerk
  • Het in voorkomende gevallen adviseren van de kerkenraad
  • Het verspreiden van GZB kalenders, dagboekjes, enz.

 

9.3 – Vakantie Bijbel Club

Uitgaande van de Hervormde gemeente wordt elk jaar tegen het einde van de zomervakantie in samenwerking met de Gereformeerde Kerk Gameren/Zuilichem een Vakantie Bijbel Club georganiseerd met een afsluitingsdienst in de Hervormde kerk met daarin speciale aandacht voor kinderen en tieners buiten de kerk.

 

9.4 – Speciale aandacht voor de zending

 

De Regionale Zendingscommissie organiseert in de regio gemeenteavonden, die voor iedereen toegankelijk zijn. In de kerkbode worden gebedspunten uit de GZB-gebedskalender opgenomen en deze worden genoemd in de zondagse eredienst.

 

9.5 – Wat er gebeurt en wat er nog zou kunnen gebeuren in de komende jaren

 

Alhoewel het werk van zending en evangelisatie veel raakvlakken heeft, wordt alleen het werk van de zending door de Zendingscommissie onder de aandacht van de gemeente gebracht. Komende tijd zal er gezocht worden hoe mensen aan de rand van de kerk en buiten de kerk bereikt kunnen worden. Een eerste stap is al gezet door het houden van de cursus ‘Ontdek’ waarbij op een laagdrempelige wijze de boodschap van de Bijbel wordt uitgelegd en gedeeld met elkaar. Deze cursus heeft een vervolg gekregen met bijbelavonden waarop ‘Jezus volgen, waar draait het om?’ centraal staat. Daarnaast ontvangen alle mensen in Zuilichem een uitnodiging rond kerst om de diensten bij te wonen.

Rond de middagdiensten van bid- en dankdag worden alle kinderen op de School met de Bijbel die niet kerkelijk zijn uitgenodigd voor deze diensten die op hen zijn afgestemd.

 

Er zal geen aparte evangelisatiecommissie worden opgericht, omdat het een opdracht van ieder gemeentelid is om overal te getuigen van het Evangelie. Dit kan niet worden uitbesteed aan een bepaalde groep in de gemeente. De Bijbel spoort iedere christen en ieder gemeentelid aan om te getuigen! Petrus 3:15 zegt: wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en eerbied.’ Predikant en kerkenraad hebben als taak om hier voortdurend op te wijzen.

10. Jeugdwerk

10.1 – Doel, taken en werkwijze

Het doel van het jeugdwerk is de jeugd te laten weten wie Jezus Christus is en hen te laten verwoorden wat het geloof voor hen persoonlijk betekent. Het jeugdwerk wil niet alleen de kinderen en jongeren uit de gemeente zoveel als mogelijk bij de gemeente betrekken, maar heeft ook een evangeliserende taak naar de jeugd buiten de gemeente. Tevens is het de bedoeling om de jongeren bewust te maken van de noodzaak van wereldwijde zending door dit via diverse acties te ondersteunen. Bij dit alles dient er gewerkt te worden in gehoorzaamheid aan de Heere Jezus die Zijn discipelen al leerde: ‘Laat de kinderen tot Mij komen en verhindert ze niet, want derzulken is het Koninkrijk Gods’.

De zorg voor de jeugd dient te worden gedragen door de gehele gemeente. Het jeugdwerk is dan ook onderdeel van de totale zorg voor de jeugd. Opvoeding, persoonlijk pastoraat, catechese, doop en huwelijk worden door predikant, pastoraal medewerker en de voltallige kerkenraad (inclusief jeugdouderling) verzorgd en begeleid. Onder het jeugdwerk vallen de volgende verenigingen of activiteiten:

 

  • Zondagsschool Abia
  • Jeugdclub Volg Mij
  • Open Jeugdwerk 14+ (in combinatie met de Hervormde Gemeente te Gameren)

 

Per vereniging is middels een reglement op eenvoudige wijze vastgelegd hoe zij is georganiseerd. Reglementen (of wijzigingen daarin) worden ter goedkeuring en vaststelling aan de kerkenraad voorgelegd.

10.2 – Jeugdpastoraat

De betrokkenheid van de kerkenraad op de jeugd en het jeugdwerk wordt o.a. bevorderd door het uitnodigen van de predikant en de ambtsdragers om jeugdwerkactiviteiten te bezoeken. De jeugdouderling en de predikant houden met regelmaat contact met de leidinggevenden van het jeugdwerk en organiseren minimaal één keer per winterseizoen voor hen een toerustingsbijeenkomst. Indien gewenst worden jongeren vanaf 18 jaar apart door de jeugdouderling pastoraal bezocht.

11. Vorming en toerusting

11.1 – Algemeen

Naast de erediensten zijn er in de gemeente bijeenkomsten en activiteiten, met als doel de gemeenteleden te ondersteunen in hun geloof en vertrouwen op God, en om hen te betrekken bij de gemeente. De erediensten, pastoraat, diaconaat, jeugdwerk en het zendings- en evangelisatiewerk zijn hiervoor reeds besproken. De overige activiteiten op het gebied van vorming en toerusting komen in dit hoofdstuk aan de orde. Vorming en toerusting is een belangrijk onderdeel van het gemeente-zijn, zowel ’s zondags in de prediking, maar ook doordeweeks om de gemeente toe te rusten, met dit motief: ‘Om de Heere te bereiden een toegerust volk’ (Lukas 1:17).

 

11.2 – Catechese

 

In de gemeente wordt regelmatig catechetisch onderwijs gegeven aan jongeren en aan degenen die belijdenis willen doen. De catechisatie voor jongeren wordt verzorgd door de predikant of een catecheet. De belijdeniscatechisatie wordt gegeven door de predikant of een vervanger.

Het bijbels onderwijs aan jongeren is niet alleen een taak van de kerk. Ouders hebben de eerste verantwoordelijkheid bij het onderwijs aan hun kinderen. De ouderlingen zullen dit ook uitdragen op de huisbezoeken en de ouders waar mogelijk met raad en daad bijstaan.

11.3 – Kringwerk

Niet alleen de zondagse eredienst, maar ook de doordeweekse bijeenkomsten van de gemeente zijn belangrijk voor de geloofsopbouw van de gemeente. Christenen zijn geróepen tot samenkomen. Hun samenkomsten krijgen in de eerste plaats inhoud door Woord en Geest en niet door meningen van mensen. Naast bestaande vormen van samenkomen (verenigingen) is de behoefte gegroeid om ook in de vorm van (bijbel)kringen elkaar te ontmoeten. Daarom wordt er gewerkt aan het opzetten van deze bijbelkringen. In het verleden is er een ‘ontmoetingskring’ opgestart voor de toerusting van belangstellenden voor het christelijk geloof. Omdat deze kring vooral eigen gemeenteleden trok is er voor deze doelgroep twee jaar een bijbelstudieserie gegeven (over Markus en Filippenzen, de cursus ‘Ontdek’). Ook zijn er (op onregelmatige basis) gemeentebrede gebedskringen. Het is de bedoeling dat vanaf najaar 2014 er twee of meer bijbelkringen voor gemeenteleden worden opgezet en dat er een kring zal komen voor randkerkelijke dorpsgenoten.

 

Enkele belangrijke voorwaarden voor dit kringwerk zijn:

 

  • Er moet voldoende overleg zijn tussen de kringen en de kerkenraad, minimaal 1 keer per jaar. Het kringwerk is een agendapunt op elke kerkenraadsvergadering. De predikant moet zeker niet alleen de kar trekken, want als hij weg zou gaan, moet dit werk doorgang vinden. Ook van de kringen wordt in dit opzicht een zekere zelfstandigheid verwacht.
  • Kringen moeten voorzien worden van bijbels materiaal dat aansluit bij de behoeften van de gemeente. Kerkenraad en predikant nemen hierin de uiteindelijke beslissing. Het bijbelkringwerk kan beginnen (en eventueel eindigen) met een gezamenlijke avond die ook voor de hele gemeente toegankelijk is.
  • Om te voorkomen dat kringen in een ‘kliek’ veranderen die niet meer openstaat voor nieuwe leden, willen we steeds na 2 of 3 jaar kijken hoe de kringen opnieuw ingedeeld (of gesplitst) kunnen worden.

 

11.4 – Verenigingen

 

Er zijn de mannenvereniging ‘Tot de Wet en de Getuigenis’ en de vrouwenvereniging ‘Febe’. Nadruk ligt op de toerusting door middel van het Woord, concreet door Bijbelstudie, gebed, en gesprek.

11.5 – Gemeenteavonden

Elk winterseizoen worden tenminste één gemeenteavond georganiseerd. Deze wordt belegd door de kerkenraad. Dit is een avond voor de gemeenteleden over onderwerpen betreffende de eigen gemeente.

 

11.6 – Bezinningsuur

Met oog op de viering van het Heilig Avondmaal vindt in de week van voorbereiding een bezinningsuur plaats in De Poort waarbij er bezinning en ontmoeting plaatsvindt aangaande het Heilig Avondmaal.

12. Realisatie en prioriteiten

 

12.1 – Zo de Heere wil

Plannen maken is één. We zeggen in de kerk echter ook vaak tegen elkaar: Zo de Heere wil en wij leven. Ook voor het beleidsplan geldt dit. Want we zijn Gods gemeente. We mogen weten dat Zijn bijzondere aandacht er voor ons is. We varen op het kompas van de Bijbel, ook in de uitvoering van dit beleidsplan. Echter, waar we erkennen van Hem te zijn, heeft Hij Zelf ook het laatste woord. God Zelf zal Zijn gemeente sturen en leiden en Hij bepaalt dus, waar we naar toe gaan.

12.2 – Realisatie

Realisatie – nogmaals: zo de Heere wil. De uitvoering van dit beleidsplan levert veel werk op voor de vrijwilligers in de kerk en voor de kerkenraad, predikant en pastoraal medewerker.

Niet alles kan tegelijk. Daarom willen we prioriteiten stellen, dus vastleggen in welke volgorde we het werk ter hand nemen. Hieronder globaal een volgorde. Afhankelijk van omstandigheden en initiatieven in de gemeente kan die volgorde nog gewijzigd worden.

 

12.3 – Prioriteiten

  • Het behoud van de volledige predikantsplaats voor de komende jaren is en blijft een belangrijke prioriteit van de kerkenraad.

 

  • Een punt van zorg is de betrokkenheid rondom de erediensten. Het kerkbezoek bij de 2e dienst en bij 2e feestdagen loopt terug. Het stimuleren van de onderlinge betrokkenheid – ook in het samenkomen van de gemeente tijdens de erediensten, met name tijdens de 2e dienst – is een belangrijke prioriteit.

 

  • Aansluitend bij het bovenstaande is het belangrijk dat de betrokkenheid van met name jonge gezinnen vergroot kan worden mede met het oog op hun toekomstige betrokkenheid bij de gemeente.

 

  • Het is het verlangen van de kerkenraad dat er meer openheid is om over het geloof te spreken. Het is een speerpunt in prediking en pastoraat, maar ook in het beleid van de kerkenraad dat we elkaar vaker mogen ontmoeten om vrijmoedig te spreken over de Heere en Zijn liefdedienst.

 

12.4 – De hoogste prioriteit

Het allerbelangrijkste voor het gemeenteleven is echter, de liefde tot God en tot de naaste. Wanneer wij allen (dat is: alle gemeenteleden) ons daarin oefenen, dan zullen we als gemeente een ongekende ontwikkeling doormaken. Want dan zal ook het vuur van de Heilige Geest branden in de gemeente en deze een gloed verschaffen waaraan de wereld zich warmen kan.

 

 

Aldus opgemaakt, vastgesteld en ondertekend door de kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Zuilichem d.d. 4 september 2014.

 

 

 

 

 

…………………………………………………….                                             …………………………………………………….

Ds. B. van Werven                                                                 Chr. Westerlaken

predikant                                                                               scriba