Website laatste keer bijgewerkt op 28-06-2019

Overdenking  juni/juli: Lukas 22 : 35 t/m 46

Tekstgedeelte Lukas 22 : 44a

En Hij kwam in zware zielenstrijd en bad des te vuriger. En Zijn zweet werd als grote druppels bloed, die op de aarde neervielen

Een hofwandeling in 2019, loopt u mee?

Onderaan de Olijfberg staan we, laten we onze schoenen maar uitdoen want we betreden Heilige grond.
We zien Jezus, de discipelen en een engel.
Maar we komen er ook onszelf tegen.
Als wij niet gezondigd hadden had Jezus daar niet gekropen.
Als we Jezus zien dan zien we onszelf.
Laten we eens stilstaan bij de discipelen; het elftal van Jezus, maar Hij kan er de wedstrijd niet mee winnen.
Ze slapen (van droefheid) tot 3 keer toe moest Jezus ze wakker maken (Mattheus 26). Toen Jezus ze het meeste nodig had sliepen ze.
Toen Jezus ons het meeste nodig had sliepen wij…. Hoe is onze betrokkenheid? Jezus vindt hen en maakt ze wakker, Hij zegt bidt opdat u niet in verzoeking komt.
We schieten tekort, wat sukkelen we makkelijk in slaap, alsof het evangelie geen haast heeft.
Jezus zegt waakt met Mij, ze moeten bidden voor zichzelf dat ze niet in verzoeking komen.
Eerst riepen ze nog ‘’ik zal’’ maar een troep soldaten en ze zijn weg.
Hebben wij onze blik nog op de Here Jezus?
Hij wilde ze geestelijk toerusten dat ze zelf niets klaar konden maken.
Ze begrepen het niet.
Van ons dienen van ons strijden komt niets terecht. één zwaard moeten we overhouden (Efeze 6) het zwaard van het woord.
Hebt u Jezus lief?
We zijn het zomaar kwijt.
Zullen we eens naar Jezus kijken?
We lopen weer een stukje verder het hof in.
Hebt u uw schoenen nog uit?
Maar wat zien we daar?
Is Hij dat wel?
Op de grond in het hof?
Zoals Hij gewoon was te doen, want zo wist Judas hem te vinden(vs 39)
Jezus is het Lam zelf, ze kende Hem nauwelijks zoals Hij daar over de grond kroop.
Vader als U wil neem deze drinkbeker van Mij weg, maar laat niet Mijn wil maar Uw wil geschieden.
Hier worstelt Jezus met Gods wil, hier komt voor de dag wat het is zonder de Vader.
In de drinkbeker zitten onze zonden.
Jezus drinkt die leeg, hij is diep bitter voor onze Heiland.
De zonde lijkt voor ons zoet maat hij is bitter voor Jezus.
Als je Jezus ziet gaan kruipend door het hof kun je toch je leven niet laten beheersen door geld en genot, ons niet bekommeren om onze naaste.
God neemt onze zonden serieus.
Wie ze niet kwijt wil zal ze eens zelf moeten drinken en de toorn van God over zich krijgen.
Dat kunnen we nooit!
Maar hoor we kunnen onze zonden wel bij de Here Jezus kwijt.
Dat wil de Vader.
Daarvoor kruipt de Here Jezus door het hof onze doodstrijd voerend.
Het is nacht en we komen steeds dichterbij.
We zien het zweet op Zijn voorhoofd staan, het zweet de straf op onze zonden. Zonder bloedstorting geen vergeving. Zijn angstzweet worden droppels bloed. Het gaat door het Vaderhart heen.
Tot het bittere einde heeft Hij de beker leeggedronken.
En dan zien we daar de engel Gods.
Het is in wezen of de Vader de Hemel een beetje openschuift.
De engel is hier het teken van de aanwezigheid van de Vader.
Hier moet de Here Jezus ondersteunt worden door een engel.
Zo diep is het gegaan.
Het Vaderhart versterkt de Man van smarten.
Het is tijd, we gaan de hof weer uit, maar voor we onze schoenen weer aantrekken een vraag voor u voor jou en mij.
Wie is deze Here Jezus voor jou?
Hebben we geslapen of zijn we wakker gebleven?
Toch hoop ik dat u zegt; zonder deze Here Jezus kan ik niet, zonder deze Here Jezus wil ik niet.
Ik wil, ja moet mijn zonden kwijt bij hem die daar voor mij kroop in de hof van Gethsémané.
Bij deze Jezus zoals Jesaja het zei; Gestalte of Glorie had Hij niet als wij hem aanzagen, was er geen gedaante dat wij Hem begeert zouden hebben.
Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten bekend met ziekte, en als iemand voor wie men het gezicht verbergt.
Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.
Voorwaar onze ziekten heeft Hij op zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen.
Wij hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld.
De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.
We horen hem zeggen; U wil geschiede, ja ook voor mij, bij deze Heiland is vergiffenis ja ook voor mij.

Psalm 22 : 3 en 6

U smeekten zij, van mensenhulp ontbloot,
En zijn gered; zij hebben in hun nood
Op U vertrouwd, van schaamte nimmer rood,
Na hun gebeden.
Maar ik, ik ben een worm, van elk vertreden;
Een worm, geen man;
Een spot en smaad van mensen,
Dien ‘t boze volk, naar zijn baldadig wensen,
Beschimpen kan.

Wees dan mijn hulp; houd U niet ver van mij;
Mij prangt de nood, benauwdheid is nabij;
‘k Heb buiten U, daar ik zo bitter lij’,
Geen hulp te wachten.
Een stierenheir uit Bazan, sterk van krachten,
En fel verwoed,
Omringt m’ aan alle zijden;
Mijn God, hoe zwaar, hoe smart’lijk valt dit lijden
Voor mijn gemoed!